De Academie

Lang geleden, in de prehistorie (40.000-4.000 v. Chr.), leefden mensen in verbondenheid samen, ieder had zijn plaats in de groep, ieder had zijn werkzaamheden. Men leefde met aarde en kosmos en alle levende wezens in grote saamhorigheid.
Het was de tijd van de jagers-verzamelaars. De mannen gingen met elkaar op jacht. De vrouwen verzamelden 75% van het voedsel. Zij hadden kennis van geneeskracht of giftigheid van gewassen; zij waren de genezers, de sjamanen van de stam en onderhielden het contact met de voorouders.
De schepping en het leven werd, vanwege het vrouwelijk vermogen tot voortplanting, als vrouwelijk ervaren en in de vorm van godinnen, de berg, het meer en de boom vereerd.
Dat was in de tijd van de matriarchaten of moederculturen: egalitaire samenlevingen, gebaseerd op consensus, waarin het vrouwelijke centraal stond zonder daarbij de balans met het mannelijke te verstoren.

De mensheid ontwikkelde zich verder en er braken heel andere tijden aan. IJzige tijden, vooral voor het vrouwelijke. Het vaderland kondigde zich aan vanaf 3.000 v. Chr. met het begin van de koper/brons en ijzertijd. De mannen maakten zich los van hun clan. Een meer individuele ontwikkeling begon zich af te tekenen. In diezelfde tijd overspoelden stammen met een patriarchale cultuur uit India met tussenpozen de egalitaire samenlevingen en onderwierpen deze, langzaam maar zeker, aan hun hiërarchische cultuur.
Het christelijke geloof, gebaseerd op een mannelijk godsbeeld, wordt uiteindelijk de algemene godsdienst in Europa. Christelijke godshuizen worden boven op de oude heiligdommen gebouwd. Het eenheidsbewustzijn met de natuur vervaagt en de eerder als heilig vereerde bomen worden omgehakt.
De vrouwelijke kant van God wordt verbannen. Ondergronds leeft zij verder in verborgen symbolen en beelden, maar steeds minder mensen kennen haar nog.

Het mannelijke deel van de mensheid kijkt terug op een geschiedenis met helden, heilige mannen, geleerden en goden en identificeert zich daardoor met zijn oorsprong in het verleden. Zij staan in een traditie.
Voor vrouwen is dat nu nog onduidelijk. Met wie in het verleden kunnen zij zich identificeren? Waar hebben vrouwen sporen achtergelaten in de geschiedenis? Wie zijn voorbeelden, heldinnen, heilige vrouwen, wijze vrouwen, godinnen? In welke traditie staan zij? Academie PanSophia laat mensen kennismaken met deze onderbelichte fase in onze geschiedenis: de periode van het moederland, de moedertaal en de vrouwelijke kant van God.

Met de kennis van het prehistorische moederland verrijkt kunnen we in de hedendaagse ontwikkeling van de mensheid, het mannelijke en vrouwelijke beter en bewuster met elkaar in evenwicht brengen. Daarmee herstelt zich de balans tussen hart en hoofd, binnenkant en buitenkant.

Een volgende stap in ontwikkeling is nu aan de orde. Het is een bewuste keuze van plaatsbepaling van iedere man en vrouw tussen aarde en kosmos, tussen Moeder Aarde en Godheid. Door dat te doen wat er te doen is en alleen dat te nemen wat je nodig hebt, kan er een nieuw evenwicht ontstaan in het leven. Zo kan er leefruimte ontstaan voor ontwikkeling van iedereen in zijn/haar eigen uniekheid. Geef kosmische – en natuurwezens, dier, plant en aarde datgene wat hen toekomt en leef in verbondenheid met je medemensen.

Heb je interesse? Zijn er vragen? Lees de gratis nieuwsbrief, kijk in de webshop of er iets is wat je inspireert op jouw weg en bezoek een van onze cursussen of themadagen.
Academie PanSophia nodigt je uit om met plezier vanuit een ander perspectief naar het verleden, heden en toekomst te kijken.

Academie PanSophia heeft een drieledige doelstelling:

  1. het herontdekken van de vrouwelijke kant van God, de vrouwelijke waarden en de bijdrage van vrouwen aan oude en hedendaagse culturen.
  2. het overdragen van kennis, inzichten en vaardigheden, die kunnen bijdragen aan het samengaan van vrouwelijke en mannelijke waarden in een geïntegreerd mensbeeld.
  3. het vanuit de ontmoeting samen zoeken naar een volgende stap: het duurzaam samenleven van mannen en vrouwen door gebruik te maken van onze creativiteit en ons vermogen te groeien, te veranderen, te nemen, geven en delen, hetgeen feitelijk wil zeggen door gebruik te maken van onze menselijkheid.